Skip Navigation Links AGIV Home > KLIP Home > Meer info > Doelstelling

Waarom KLIP?

Bijna wekelijks meldt de media ongevallen waarbij graafwerken schade veroorzaken aan kabels en leidingen. Een knelpunt dat vaak meespeelt als oorzaak van zulke ongevallen, is de omslachtige manier waarop de informatie over kabels en leidingen ter beschikkingen wordt gesteld. KLIP beoogt dit knelpunt te minimaliseren, en op termijn te elimineren. Door de informatie over kabels en leidingen beter te ontsluiten, draagt de KLIP-portaalsite ertoe bij om ongevallen veroorzaakt door graafwerken, te voorkomen.

KLIP is een initiatief van minister Kris Peeters en wordt ontwikkeld door het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV).

  1. Voordelen van KLIP
  2. Wat doet KLIP?
  3. Een planaanvraag vóór KLIP
  4. Een planaanvraag met KLIP
  5. Voor wie is KLIP bestemd?
  6. Het verband tussen KLIP en het Grootschalig Referentie Bestand

 

1. Voordelen van KLIP

Via de KLIP-portaalsite kan men elektronisch planaanvragen initiëren bij de bij het KLIP aangesloten kabel- en leidingbeheerders.
Dit biedt tal van voordelen.

  1. De planaanvrager moet niet langer de verschillende bij het KLIP aangesloten kabel- en leidingbeheerders (KLB), die op de plaats van de graafwerken aanwezig zijn, individueel aanschrijven. Hij kan de verschillende aanwezige KLB’s tegelijkertijd door middel van één elektronische vraag via het internet bereiken. Dit vraagt minder tijd en bespaart verzendingskosten.
  2. De planaanvrager moet niet meer met eigen middelen kaartmateriaal (analoog of digitaal) aanmaken om de plaats van de graafwerken aan te duiden in zijn planvraag. Hij kan de plaats van de graafwerken via het internet intekenen. Op deze manier wordt de locatie van de werken efficiënter en uniformer aangegeven.
  3. De elektronische planaanvraag via het internet bepaalt automatisch welke bij het KLIP aangesloten KLB's er aanwezig zijn. Dit betekent een tijdswinst voor de planaanvrager, een efficiënter beheer van informatie over, en veel minder overbodige planaanvragen. Daardoor worden de kosten voor de verwerking en verzending van planaanvragen bij de KLB’s aanzienlijk verlaagd.
  4. Beheerders van het openbaar domein kunnen snel en efficiënt via het internet een uniform en volledig overzicht krijgen van de geplande werken op een bepaalde locatie.
  5. KLB's kunnen de gebruikte communicatietechnologie van KLIP integreren in hun eigen informatiesystemen waardoor planaanvragen sneller en uniformer afgehandeld kunnen worden.

 

2. Wat doet KLIP?

Met KLIP wil de Vlaamse overheid tegemoetkomen aan de omslachtige ontsluiting van de informatie over kabels en leidingen.

De bedoeling van het KLIP is om informatie over de aanwezigheid van kabels en leidingen efficiënter beschikbaar te maken voor alle planaanvragers die graafwerken plannen. De kabel- en leidinginformatie die bij de individuele kabel- en leidingbeheerders aanwezig is, moet zo beter en sneller ontsloten worden.

KLIP maakt het met andere woorden mogelijk om via één enkele elektronische aanvraag de plannen te bekomen van alle bij het KLIP aangesloten netbeheerders die op de plaats van de werken kabels of leidingen hebben liggen.

 

3. Een planaanvraag vóór KLIP

In de vroegere situatie (zonder KLIP) omvatte een planaanvraag volgende stappen:

  1. De gemeente hield een lijst bij van alle kabel- en leidingbeheerders die op haar grondgebied actief waren. Eventueel werd voor elke KLB de plaats bijgehouden waar hij een netwerk beheerde. Meestal echter beperkte de gemeente zich tot een lijstje met KLB's, zonder meer.
  2. Om te voldoen aan zijn informatie- en lokalisatieverplichting vroeg de aannemer bij de gemeente de namen op van de kabel- en leidingbeheerders die op de plaats van de werken met kabels of leidingen aanwezig waren.
  3. De gemeente bezorgde de aannemer een lijst met aanwezige kabel- en leidingbeheerders waarvan zij weet had (gas, water, afvalwater, elektriciteit, riolering, teledistributie, telecom, ...). Vaak was deze lijst onvolledig of niet actueel.
  4. De aannemer duidde zijn planaanvraagzone aan op een kaart. Voor sommige kabel- en leidingbeheerders kon dit reeds in een internettoepassing, maar meestal werd de planaanvraagzone op een afgedrukte kaart aangeduid of ingetekend.
  5. De aannemer bezorgde de kabel- en leidingbeheerder de planaanvraag met planaanvraagzone. De overdracht gebeurde op een wijze die door de kabel- en leidingbeheerder werd opgelegd of afgesproken: online of via e-mail, post, fax, ...
  6. De kabel- en leidingbeheerder ging vervolgens na of hij inderdaad kabels of leidingen beheerde in de door de aannemer aangeduide planaanvraagzone. De plannen die relevant waren in de aangeduide planaanvraagzone werden geselecteerd.
  7. De kabel- en leidingbeheerder stuurde de geselecteerde plannen op via de gewone post. Nadat de aannemer de plannen ontvangen had, kon hij van start gaan met de werken.
Planaanvraag voor het KLIP
Figuur 1: Planaanvraag voor het KLIP.

 

4. Een planaanvraag met KLIP

Het decreet van 14 maart houdende de ontsluiting en uitwisseling van informatie over ondergrondse kabels en leidingen (KLIP-decreet) zorgt voor een duidelijk en rechtsgeldig kader voor het aanvragen van plannen via KLIP. Het KLIP-decreet is sinds 1 juni 2009 van kracht. Vanaf 1 september 2009 moet iedereen die grondwerken uitvoert een planaanvraag via het KLIP uitvoeren. De professionele planaanvrager moet nog maar één enkele aanvraag uitvoeren. KLIP zorgt ervoor dat de aanvraag bij de juiste beheerders terechtkomt (zie Figuur 2). Het (Vlaamse) Kabel en Leiding Informatie Portaal (KLIP) en het (federale) Kabel en Leiding Informatie Meldpunt (KLIM) zijn aan elkaar gekoppeld. Daardoor moeten planaanvragers die het KLIP gebruiken geen planaanvraag meer uitvoeren in het KLIM. Uw KLIP-aanvraag wordt automatisch doorgestuurd naar KLIM waar ze zal worden afgehandeld.

  1. De kabel- en leidingbeheerder meldt zich aan op de KLIP-website en definieert de zone waarin hij kabels- of leidingen beheert.
  2. De aannemer surft naar de website van het KLIP en definieert de plaats van werken.
  3. KLIP gaat na welke kabel- en leidingbeheerders aanwezig zijn op de plaats van werken en stuurt een aanvraag naar die beheerders.
  4. KLIP stuurt eveneens een bevestiging naar de aannemer die de planaanvraag heeft uitgevoerd.
  5. De kabel- en leidingbeheerder gaat na of hij inderdaad kabels of leidingen beheert in de planaanvraagzone die de aannemer heeft aangeduid. De plannen die relevant zijn in de aangeduide planaanvraagzone worden geselecteerd.
  6. De kabel- en leidingbeheerder stuurt de geselecteerde plannen op via de gewone post. Nadat de aannemer de plannen ontvangen heeft, kan hij van start gaan met de werken.

 

Planaanvraag met het KLIP
Figuur 2: Planaanvraag met KLIP

 

 

5. Voor wie is KLIP bestemd?

KLIP onderscheidt de volgende gebruikersprofielen:

  • Planaanvrager: opdrachtgevers van werken (openbare besturen, nutsbedrijven) aannemers van (openbare) werken, studiebureaus, particulieren die kabel- en leidinginformatie wensen op te vragen bij de kabel- en leidingbeheerders.
  • Kabel- en leidingbeheerder (KLB): klassieke nutsbedrijven, openbare besturen (lokaal, gewestelijk, federaal) of andere organisaties die kabels of leidingen beheren.
  • Openbaar Domeinbeheerder (ODB): lokale en gewestelijke besturen, havenbedrijven, NMBS die een deel van het openbaar domein beheren.

Het is duidelijk dat bepaalde organisaties of bedrijven meer dan één gebruikersprofiel kunnen hebben. Een gemeentebestuur kan optreden als beheerder van het openbaar domein, maar ook als planaanvrager, of als kabel- en leidingbeheerder (bijv. voor lokale rioleringen). Ook de meeste nutsbedrijven zullen zowel als kabel- en leidingbeheerder en als planaanvrager gebruikmaken van KLIP.

 

6. Het verband tussen KLIP en het Grootschalig Referentie Bestand

KLIP werd opgericht in de nadagen van de gasramp in Gellingen op initiatief van minister Kris Peeters. In deze periode werd er door de overheid intensief gezocht naar alle mogelijke middelen die konden bijdragen tot het voorkomen van een gelijkaardige ramp. Het voorkomen van schade is allereerst van groot belang voor de veiligheid van diegene die de graafwerken uitvoert en van de omwonenden: hun gezondheid kan bij onzorgvuldig graven in gevaar worden gebracht. Daarnaast is er de directe materiële schade aan de kabels en leidingen, en aan het materiaal van de aannemer. Tenslotte is er mogelijke gevolgschade. Gevolgschade is meestal van economische aard (stilvallende productie, uitvallen van beveiligingssystemen, wegvallen van elektriciteit, elektronisch verkeer, verkeershinder), maar soms treedt er ook milieuschade op.

Eén van de belangrijke deelaspecten ter voorkoming van dergelijke rampen en schade is een tijdige en vlotte beschikbaarheid van actuele en voldoende nauwkeurige informatie over de ligging van kabels en leidingen ter voorbereiding en/of uitvoering van graafwerken. Nauw aansluitend bij deze problematiek startte de Vlaamse overheid in samenwerking met de nutsector (kabel en leiding beheerders) al eerder, in 1998, een belangrijk initiatief. De Vlaamse overheid werkt namelijk aan de opbouw van een gebiedsdekkend grootschalig referentie bestand (GRB). Het GRB vormt een zeer gedetailleerd uniform topografisch referentiekader voor tal van toepassingen (o.a. karteringen, registraties, enz.) waarbij centimeter-nauwkeurig digitaal kaartmateriaal vereist is. Ook voor het registreren van kabels- en leidingen zal het GRB de uniforme ondergrond worden. M.a.w., kabels en leidingen zullen aan de hand van het GRB, welke fungeert als digitale topografische referentie, uniform ingetekend en met elkaar in verband kunnen worden gebracht. Op die manier kunnen de huidige, niet uniforme de detailplannen van kabels en leidingen worden uitgewisseld. Vermits de afwerking van een gebiedsdekkend GRB voor Vlaanderen nog een hele tijd duurt, en vermits de koppeling van al de kabel en leiding informatie aan het GRB tevens een lange termijn inspanning vergt, werd er, na de ramp in Gellingen, gezocht naar korte termijn oplossingen ten einde het knelpunt van informatie ontsluiting aan te pakken.

Aan de nood aan een internettoepassing (KLIP) die er voor zorgt dat de reeds beschikbare informatie beter wordt ontsloten, kon op korte termijn tegemoet gekomen worden. De GRB-raad adviseerde minister Peeters over de ontwikkeling van KLIP. De functionele vereisten van KLIP werden mee opgesteld door een gebruikerscommissie die bestond uit vertegenwoordigers van nutsbedrijven, de koepelverenigingen van aan-nemers, lokale en gewestelijke overheden.

 

KLIP